Krijgen gebieden die nu minder goed bereikbaar zijn straks ook minder middelen voor mobiliteit?
Zorgt dit ervoor dat groei groei versterkt en krimp krimp versnelt?
Als we dit combineren met het uitgangspunt “optimaliseren boven uitbreiden”, dan loont het om te investeren in groeigebieden waar het rendement het hoogst is.
Krimpgebieden dreigen dan achter te blijven.
Voorzitter, voor de SP zijn basisvoorzieningen geen logistiek vraagstuk, maar publieke rechten.
Een school, een huisarts, een bushalte – dat zijn geen rekenmodellen, maar voorwaarden om te kunnen blijven wonen in je dorp.
Dan de 30-minutengemeenschap.
Voorzieningen moeten binnen acceptabele reistijd bereikbaar zijn.
Maar betekent dit dat dorpen hun laatste school, huisarts of OV-halte kunnen verliezen, zolang er binnen 30 minuten iets beschikbaar is?
Wordt mobiliteit dan een rechtvaardiging voor verdere schaalvergroting?
En accepteren we dan stilzwijgend dat kleine kernen steeds minder eigen voorzieningen hebben?
Daarnaast wordt publieke mobiliteit geïntroduceerd: het combineren van OV, doelgroepenvervoer en Wmo-vervoer.
Dat klinkt efficiënt, maar het wordt benoemd zonder financieel of sociaal kader.
Worden tarieven straks gekoppeld?
Wordt doelgroepenvervoer duurder?
Gaat het tekort op Wmo-vervoer drukken op het OV-budget?
En wat betekent dit voor de rolverdeling tussen provincie en gemeenten?
En minstens zo belangrijk: wat betekent dit voor de mensen die het werk doen?
Voor chauffeurs in het OV en doelgroepenvervoer?
Wordt dit opnieuw een aanbestedingsronde waarin efficiëntie zwaarder weegt dan kwaliteit en arbeidsvoorwaarden?
Publieke mobiliteit moet wat ons betreft ook écht publiek zijn.
Niet opnieuw marktgestuurd onder een andere naam.
Het voelt alsof een mogelijke bezuinigingsopgave van het Rijk wordt doorgeschoven naar provincie en gemeenten.

Voorzitter,
In landelijke gebieden is de auto vaak geen luxe, maar noodzaak.
Beleid mag mensen niet straffen voor waar ze wonen.
Als bereikbaarheid financieel leidend wordt, dan moet solidariteit leidend zijn.
Wat missen wij daarom?
Een financieel kader: er is geen investeringsstrategie tot 2040, geen prioritering bij schaarste, geen financiële vertaling van publieke mobiliteit;
Een democratisch kader: waar PS eerder kaderstellend was, verschuift de bevoegdheid naar GS;
En sociale borging: de 30-minutennorm is richtinggevend, maar niet juridisch geborgd, er zijn geen harde garantie tegen vervoersarmoede en geen expliciete bescherming voor krimp- en plattelandsregio’s en
Voor de SP is mobiliteit geen rekensom, maar een sociale voorwaarde om mee te kunnen doen.
Voor de SP is mobiliteit geen technisch beleidsveld, maar een sociale voorwaarde om mee te kunnen doen.
En daarom zeggen wij:
als mobiliteit structurerend wordt, dan moet het sociale kader structurerend zijn.
Zonder solidariteit wordt bereikbaarheid geen recht, maar een rekensom.
