Er lag een duidelijke waarschuwing. Droogte. Verhoogd natuurbrandrisico. Het moment waarop je als minister kunt zeggen: nu even niet. Even geen oefeningen met scherp. Even pas op de plaats. Niet omdat het niet belangrijk is wat Defensie doet, maar omdat het óók jouw verantwoordelijkheid is om schade te voorkomen.
Die keuze is niet gemaakt.
En nu? Nu zijn we miljoenen euro’s verder. Tientallen brandweerkorpsen die uitgerukt zijn, politie die ingezet wordt, natuur die in rook opgaat en duizenden liters — nee, miljoenen liters — water die we er met man en macht tegenaan moeten gooien om te redden wat er te redden valt. Water waar we als inwoners zo zuinig op moeten zijn.
Dat schuurt. En dat mag je best hardop zeggen.
Want wat is hier het signaal? Dat regels en voorzichtigheid voor iedereen gelden, behalve voor Defensie? Dat zij zich kunnen veroorloven om risico’s te nemen die anderen niet mogen nemen?
Voelt Defensie zich verheven boven de rest van het land?
Ik snap heel goed dat oefenen nodig is. Dat veiligheid niet vanzelf komt. Maar er is een wereld van verschil tussen voorbereiden op verdediging… en zelf de boel in de fik steken.
Defensie heeft de taak om Nederland te beschermen. Niet om natuurgebieden af te branden en vervolgens de samenleving op te laten draaien voor de gevolgen.
Dus mijn vraag aan jou is simpel: waarom is hier niet ingegrepen toen dat nog kon? En wat ga je doen om te voorkomen dat ik over een paar weken weer exact dezelfde brief moet schrijven?
Want dit was geen natuurverschijnsel, dit was een keuze.
Met vriendelijke groet,
Hanneke Goede
Fractievoorzitter SP Fryslân
