Door bebouwing, intensief landgebruik en versnipperd beheer verdwijnt goed weidevogelland. Het leefgebied van weidevogels wordt kleiner en raakt steeds verder opgeknipt. Kuikenland sluit vaak niet aan op broedgebieden. Voor kuikens betekent dat: te ver lopen, te weinig voedsel en te weinig beschutting. Voor predatoren betekent het iets anders: minder land om af te zoeken en dus meer succes in minder tijd.
Uit zowel landelijke als provinciale analyses blijkt dat agrarisch natuurbeheer wél effect heeft. Maar alleen waar sprake is van zwaar beheer. En juist dat zware beheer is nu te beperkt, te versnipperd en te afhankelijk van tijdelijke subsidies. Weidevogels redden het niet met projectgeld; zij hebben structurele bescherming nodig.

Zolang zwaar beheer onvoldoende wordt opgeschaald en boeren daarvoor geen structurele en eerlijke verdienmodellen krijgen, blijven de doelen van de Nota Weidevogels 2021–2030 buiten bereik. Maar die boer zit klem tussen maatschappelijke verwachtingen en economische realiteit. Van hen wordt gevraagd extensiever te werken, later te maaien en water vast te houden, terwijl het inkomen onder druk staat.
Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Minder leefgebied leidt tot meer predatie, meer predatie tot minder kuikens en minder kuikens tot verder verval van populaties. Tegelijkertijd wordt grond steeds schaarser, steeds duurder en steeds vaker ingezet voor maximale opbrengst. Zolang grond en landbouw primair door de markt worden gestuurd, verliest de weidevogel het altijd van de hoogste opbrengst per hectare.
De evaluatie laat bovendien zien dat het in de uitvoering vaak misgaat. Niet overal is er jaarlijkse gezamenlijke planning met alle beheerders. Maaibeheer wordt tijdens het seizoen niet altijd goed afgestemd. Daardoor is kuikenland soms tijdelijk of slecht bereikbaar voor kuikens. Dat leidt tot verhoogde sterfte door maaien, extra predatiekansen en voedseltekorten in precies die groeifase waarin kuikens het meest kwetsbaar zijn.

De provincie concludeert zelf dat de gruttodoelen niet haalbaar zijn zonder verbetering van kuikenoverleving en dat verlaging van de predatiedruk daarbij cruciaal is. Maar al deze conclusies blijven woorden op papier zolang er geen structureel budget tegenover staat. De voorstellen liggen er. De kennis is er. De urgentie is glashelder. En toch heeft het college geen structurele middelen gevonden.
Aanvullend op de maatregelen dienen wij 1 motie in: een provinciale regeling waarmee elke vogelwacht de mogelijkheid krijgt om één drone aan te vragen, inclusief opleiding en certificering. Dit gaat niet over nieuwe ambities of extra regels, maar over elkaar helpen in de praktijk. Boeren die zorgvuldig willen maaien, vrijwilligers die hun kennis inzetten en een provincie die zegt dat kuikenoverleving cruciaal is. Drones zijn daarbij een praktisch, diervriendelijk en samenwerkingsgericht hulpmiddel.
Voorzitter, ondanks dat het de SP enorm tegenstaat, zijn we bang we dat we niet meer zonder predatiebeheer kunnen. Niet alleen de biotoop moet op orde, maar er moet gekeken worden naar predatiebeheer. Als SP zijn we bang dat de toekomst ons voor een harde keus gaat zetten:
willen we een landbouwprovincie zijn die de weidevogel langzaam verliest, of een weidevogelprovincie die durft te kiezen voor
