- Iedere Fries moet binnen 30 minuten bij basisvoorzieningen kunnen zijn (– ook als dat minder dorpen met voorzieningen betekent)
Dorpen hebben basisvoorzieningen nodig. Dit kan omdat dorpen samen bepaalde voorzieningen delen, maar ook dat een dorp zelf de mogelijkheid deze voorzieningen te behouden. Daarnaast zal de overheid mee moeten helpen om persoonlijk contact in dorpen beschikbaar te houden, wederom kan dit gedeeld worden met dorpen.
Een Multifunctioneel centrum of een dorpshuis met extra voorzieningen, kunnen plaats bieden aan de wijkverpleging of een plek waar spreekuren gehouden kunnen worden.
Pinautomaten moeten niet wegbezuinigd worden, scholen zijn belangrijk om dorpen ook aantrekkelijk te houden voor jonge gezinnen en voor mensen zonder auto moet openbaar vervoer goed toegankelijk zijn. Ook kunst en cultuur horen een plek te hebben in dorpen, zodat een rijk verenigingsleven voor iedereen bereikbaar is
Het platteland verdient een diverse en levendige economie. Winkels, scholen, buslijnen en pinautomaten blijven behouden, zodat iedereen zeker is van goede voorzieningen, waar je ook woont. Zo blijft het platteland leefbaar en sterk. Kunst en cultuur moeten niet alleen in grote steden te vinden zijn. Zo blijft cultuur dichtbij en toegankelijk voor iedereen, ook in dorpen en wijken. We investeren in provincies en vervoerregio’s en starten nieuwe buslijnen. Ook in kleine dorpen en ’s avonds. Vervoer op afroep kan nooit een volwaardig alternatief zijn voor een vaste dienstregeling en mag zeker niet duurder zijn.


- We moeten extra woningen bouwen om de Friese dorpen leefbaar te houden (- ook als dat ten koste gaat van historische of landschappelijke waarden)
Het bouwen van extra woningen moet in goed overleg met een dorp gaan. Niet elk dorp is gelijk, waardoor de vraag van een dorp ook anders kan zijn. Luister naar deze vraag en haal op wat er nodig aan woningen in een dorp. Is het voor jongeren, voor gezinnen, ouderen of een combinatie hiervan. Als goed overleg plaatsvindt, dan kunnen historische en landschappelijke waarden in een plan meegenomen worden.
De SP is voorstander van wooncoöperaties, waarbij inwoners zelf de ruimte hebben woningen te bouwen en beheren. Zo geven we bewoners meer zeggenschap over hun woningen en woonomgeving, en bouwen we samen aan sterke en betrokken dorpen.
Alle huurwoningen ondergebracht bij verenigingen. Bewoners en toekomstige bewoners moeten meer zeggenschap krijgen over hun huis en dorp. We stoppen met bouwen voor de winst van beleggers en beginnen met bouwen voor de samenleving.
De SP heeft het Grote Woonplan opgesteld. Elk mens heeft recht op een thuis. En hiervoor richten we een Nationaal Woonfonds op en investeren 30 miljard euro in volkshuisvesting bovenop de al bestaande. En gemeenten krijgen weer de regie over woningbouw, zodat er gericht gebouwd kan worden voor de samenstelling van gezinnen in de buurt.
Weg met het grondslot op bouwen. In Nederland wordt de prijs van een huis vaak vooral bepaald door de waarde van de grond eronder, soms wel 60 procent van de nieuwbouwwaarde. Terwijl de woningnood groeit, profiteren grondbezitters en speculanten hiervan met megawinsten, zonder ook maar één huis te bouwen. Wij pakken deze scheve situatie aan. Grondeigenaren die grond vasthouden om winst te maken belasten we zwaarder. Speculanten die onnodig wachten met bouwen en hun belang boven die van de samenleving zetten zullen wij onteigenen. Gemeenten en woningbouwverenigingen krijgen weer toegang tot betaalbare grond zodat zij betaalbare woningen kunnen bouwen. Het belang van bouwen voor iedereen gaat voor op winst voor de enkele speculant. Dus als we grond nodig hebben om te bouwen moet de overheid die in alle gevallen voor een redelijk bedrag kunnen verkrijgen. Daarnaast versterken we de zeggenschap van bewoners en gemeenten over de ontwikkeling van bouwprojecten. Lokale gemeenschappen krijgen meer inspraak en beslissingsrecht, zodat plannen aansluiten bij de behoeften van de buurt en sociale woningen niet verloren gaan aan commerciële belangen. Zo maken we bouwen weer betaalbaar en bereikbaar voor mensen, niet voor marges. Dat is eerlijk, nodig en haalbaar.

Reserve:
- De overheid moet actief basisscholen en zorgvoorzieningen in kleine dorpen openhouden (- ook als het financieel niet efficiënt is)
Bij voldoende inwoners kan dit in een dorp, maar een school en zorg kunnen ook gedeeld worden door dorpen. Zoals bij Witmarsum, waar een kinderopvang voor meerdere dorpen is. Witmarsum, Pingjum en Arum.
De SP pleit voor kleinere klassen, met een maximum van 21 leerlingen per klas. Waarom zouden die leerlingen niet een school kunnen vormen. Kleinere klassen geven leraren meer tijd en aandacht voor hun vak en leerlingen meer ruimte om zich te ontwikkelen. Elke school moet natuurlijk goed gefinancierd zijn zodat zij haar leerlingen het best mogelijke onderwijs kan bieden.
Een sterk en levendig platteland. Het platteland verdient een diverse en levendige economie. Winkels, scholen, buslijnen en pinautomaten blijven behouden, zodat iedereen zeker is van goede voorzieningen, waar je ook woont. Zo blijft het platteland leefbaar en sterk.
We investeren in dorpen met scholen, zorg, openbaar vervoer, politie en groen. De buurt is niet alleen een plek om te wonen, maar om te leven. We herstellen wat kapot is gegaan: publieke voorzieningen en sociale samenhang.

- Specialistische zorg mag geconcentreerd worden in enkele ziekenhuizen (- ook als inwoners in dorpen en buitengebied daarvoor verder moeten reizen)
Iedere regio heeft recht op zorg. Ziekenhuizen, huisartsenposten en spoedeisende hulpafdelingen blijven behouden, óók in krimpregio’s. Waar zorg verdween, brengen we die terug. De rijksoverheid krijgt de wettelijke plicht om te zorgen voor een evenwichtige spreiding van toegankelijke zorgvoorzieningen in alle regio’s. Dat betekent dat we niet toestaan dat belangrijke zorg in de regio ons ontnomen wordt.
Iedere regio goed bereikbaar. We stoppen de afbraak van het openbaar vervoer en zorgen ervoor dat iedereen met de bus, tram of trein bij een ziekenhuis, school en supermarkt kan komen.
De zorg wordt weer publiek. We organiseren de zorg samen, zonder markt. Zo garanderen we goede kwaliteit en wordt het goedkoper. We stoppen met aanbestedingen, verbieden budgetplafonds, verbieden winstuitkering in de zorg, ziekenhuizen worden niet gefinancierd op basis van verrichtingen en we halen financiële belangen van bestuurders uit zorginstellingen. Geld voor zorg gaat naar mensen en niet naar winsten, consultants of vastgoedtrucs. Dat betekent meer zorg en minder verspilling, omdat gezondheid altijd voor winstbejag moet gaan
We maken de zorg weer collectief, eerlijk en toegankelijk. Het eigen risico schaffen we af, zodat zorg gratis is op het moment dat je hiervan gebruikmaakt. Er komt een nationaal zorgfonds, waarin ook de tandarts, de fysiotherapeut en de ggz zijn opgenomen. Dit vervangt de huidige commerciële zorgverzekeraars, zodat zorgverleners met minder bureaucratie te maken hebben. De zorgpremies worden inkomensafhankelijk waardoor 80 procent van Nederland erop vooruit gaat. Mensen met een laag en middeninkomen betalen daardoor minder en hoeven daarom ook geen zorgtoeslag meer aan te vragen

